H6 §1 Debat

 

Praktische opdracht: DEBATTEREN!

Vmbo-t3
Maatschappijleer 2

 Inleiding

Waarom debatteren?

Wat hebben Bill Clinton, Oprah Winfrey, Tony Blair en Brad Pitt gemeen? Ze waren allemaal lid van een debatvereniging toen ze studeerden. Voor talloze succesvolle mensen vormt het wedstrijddebat een goede leerschool om beter te communiceren.

Dat is eigenlijk niet gek want door te debatteren worden alle elementen van overtuigende mondelinge communicatie ontwikkeld. Niet alleen argumentatie en presentatie, maar juist ook luistervaardigheid. Je kunt pas treffend op een ander reageren als je eerst zorgvuldig naar zijn verhaal hebt geluisterd.

Daarnaast stimuleert het debat een kritische denkhouding Een goed onderwerp van debat dwingt dat alle deelnemers om kritisch met dat thema aan de slag te gaan, er een mening over te vormen en die mening zorgvuldig te onderbouwen.

Wanneer je aan een debat meedoet ga je de uitdaging aan om een standpunt dat misschien logisch lijkt – of misschien juist heel onlogisch is – met heldere argumentatie en treffende voorbeelden te onderbouwen. Dat is moeilijker dan het lijkt. Maar daarom juist leuk!

De belangrijkste conclusies:

  • Leerlingen die debatteren hebben een kleinere kans om school zonder diploma te verlaten en scoren hoger dan hun leeftijdsgenoten op lees- en schrijftoetsen.
  • Kritisch denken werd met 44% verbeterd door regelmatig in de klas te debatteren.
  • Debat stimuleert de ambitie van leerlingen om hoger onderwijs te volgen.
  • Leerlingen die debatteren krijgen meer zelfvertrouwen.

Kortom: debat is niet alleen leuk, het is ook bijzonder nuttig!

 

Wat ga je leren? Je leert:

  • je eigen waarden en normen kennen
  • je mening bijstellen
  • je mening te motiveren door middel van goede argumenten
  • andere standpunten dan die van jezelf bedenken en kunnen beargumenteren
  • respect te tonen voor elkaars mening
  • elkaar uitpraten
  • je denken en je spreken te nuanceren
  • om te luisteren naar anderen (en hun mening)
  • je eigen mening duidelijk te formuleren
  • samenwerken, omdat je samen met klasgenoten de praktische opdracht samenstelt
  • vooraf alle materialen klaar te zetten
  • om voor een groep te staan

 

 

De opdracht

De opdracht bestaat uit verschillende onderdelen:

  • Jullie kiezen een interessant en actueel (vanaf januari 2015) nieuwsbericht uit van het NOS journaal (zie bijvoorbeeld: http://nos.nl/nieuws/videos/)
  • Je bedenkt in je groepje een stelling waarover het debat gaat
  • Je bedenkt voor- en tegenargumenten
  • Als groepje houden jullie een debat van 15 minuten voor de klas

 

Wat wordt van je verwacht?

Jullie gaan kijken naar het NOS journaal (mag ook uit het archief van het NOS komen) en kiezen een interessant stukje uit van maximaal 4 minuten. Dit stukje nieuwsbericht laat je vóór jullie debat aan de klas zien.
Bijvoorbeeld: een burgemeester die spreekt over asielopvang.

 

Stelling:
Aan de hand van het nieuwsbericht/onderwerp gaan jullie een interessante stelling bedenken en verzinnen jullie minimaal 8 voor en 8 tegen argumenten. Je moet de 16 argumenten goed voorbereiden en uitleggen, omdat je niet weet of je tijdens het debat voor of tegen de stelling moet zijn (het kan dus zijn dat je een andere statement in moet nemen, dan je eigen mening is).

Bijvoorbeeld: een stelling over asielopvang: ‘Asielopvang moet eerlijk worden verdeeld onder de gemeentes.’

klik hier voor voorbeeld stellingen

Voorbeeldargumenten

Voor: Ik ben voor de stelling, omdat vijfhonderd vluchtelingen in een dorp van duizend inwoners helemaal verandert, moeten vluchtelingen zoveel mogelijk worden verspreid (8 argumenten)

Tegen: Ik ben tegen, omdat gemeentes niet verplicht gesteld moeten worden om vluchtelingen op te nemen (8 argumenten)

Houd je precies aan de gestelde tijd! Het gaat het beste als jullie je goed voorbereiden en samen goed oefenen!

Aandachtspunten voor debaters:
– Bereid je goed voor, omdat je voor het debat van de docent te horen krijgt of je voor of tegen de stelling bent!

– ongeveer 4 of 5 groepsleden zullen voor de stelling zijn en de andere groepsleden tegen de stelling tijdens het debat.
– Je mag elkaar NIET in de rede vallen.
– Houd je aan de voorgeschreven tijd per ronde.
– Maak duidelijke afspraken met je groepsgenoten: wie zegt wat en wanneer?
– Luister aandachtig als de tegenpartij aan het woord is.
– Probeer je tegenstanders niet te intimideren.
– Blijf professioneel tijdens het debat.


Debat:
Nadat je het inleidende nieuwsbericht hebt laten zien aan de klas, vertelt een groepslid de stelling aan de klas (en schrijft of beaamt de stelling op het bord)
Een debat bestaat uit 6 rondes:

Vertel je argumenten en waarom?                       

1: Opzetbeurt van de voorstanders: 2 minuten
2: Opzetbeurt van de tegenstanders: 2 minuten

Ga in op de argumenten van je tegenstander en verweer jezelf, geef een tegenargument

3: Verweerbeurt van de voorstanders en van de tegenstanders: 8 minuten (1 minuut per persoon)

Geef een korte conclusie met je beste argumenten
4: Slotbeurt van de tegenstanders: 1 minuut (15 seconden per tegenstander)
5: Slotbeurt van de voorstander: 1 minuut (15 seconden per voorstander)

Voorbeeld uit de politiek: https://www.youtube.com/watch?v=bzKMhagEpDc

Voorbeeld van VMBO-ers (zowel goed als slecht) hoe een debat vormgegeven moet worden en wat de taakverdeling is: voorbeeld filmpje

Hoe word je beoordeeld? Het PO telt voor 20% mee voor je eindcijfer en is NIET herkansbaar!

NEEM PER PERSOON HET BEOORDELINGSFORMULIER MEE OP DE DAG VAN JE DEBAT!!!

T3 MA2_2

Onderwerp Groep Datum voor het debat
Corrupte politie Robin Ulijn, Bram, Lars en Roberto

TEGEN

Maaike, Zoe, Elize, Joyce en Romy

1ste groepje (+1 punt)

Week 32 (vr. 24 juni)

Abortus Jenze, Stef, Kyara, Nuria, en Robin K.

TEGEN

Mats, Robin, Dennis, Kerstin en Mees

2e groepje (+0.5 punt)

(vr. 1 juli)

 

T3 MA2_4

Onderwerp Groep Datum voor het debat
Alcohol gebruik onder de 18 Maryan, Nedde, Noa, Anne en Stephanie

TEGEN

Timo, Max, Mitchell en Ricky

1ste groepje (+1 punt)

(do. 16 juni)

Vuurwerk Manouck, Dominique, Vera en Alexandra

TEGEN

Kim, Sam, Berbel en Emma

2e groepje (+0.5 punt)

(do. 23 juni)

Kernreactor Hamza, Wouter, Julien en Stijn 5e groepje

(do. 30 juni)

 


Formulier voor docent (deze print je 1x per persoon)

 

Telt 2 keer mee.

 

Beoordeling debat
Naam deelnemer:
Onderwerp:
Datum:
Klas/groep:
goed ruim voldoende voldoende onvoldoende slecht
Structureel (100 punten)
Houdt zich aan de opzettijd (2 minuten totaal, 1 minuut per persoon) 25 15 10 5 0
Houdt zich aan de verweertijd (2 minuten totaal, 1 minuut per persoon) 25 15 10 5 0
Houdt zich aan de slotbeurttijd (1 minuut totaal) 25 15 10 5 0
Valt niet in herhaling 4 3 2 1 0
Houdt zich aan de regels van het debat 4 3 2 1 0
Stelling juist geformuleerd (geen vraag) en op bord geschreven/beaamd 4 3 2 1 0
Filmpje duurt max 4 minuten en is van NOS 9 7 5 3 1
Steekwoorden van te voren gebruikt over het onderwerp 4 3 2 1 0
Communicatief (200 punten)
Luistert goed naar de ander (maakt bvb. aantekeningen, kijkt aan) 4 3 2 1 0
Laat uitpraten, spreekt respectvol 4 3 2 1 0
Spreekt verstaanbaar (niet te zacht) 25 15 10 5 0
Spreekt met passie/verhalend 25 15 10 5 0
Je gelooft wat hij/zij zegt (overtuigend) 25 15 10 5 0
Gebaren ondersteunen de woorden 25 15 10 5 0
Gezichtsuitdrukking ondersteunen de woorden 25 15 10 5 0
Spreekt tijdens opzet en verweer tegen tegenstander 25 15 10 5 0
Spreekt tijdens slotbeurt tegen de klas 25 15 10 5 0
Wint volgens de klas het debat (meeste mensen overtuigd) 10 8 6 4 2
Las niet voor/keek bijna niet op blaadje 7 5 3 1 0
Informatief (100 punten)
Is goed voorbereid 10 8 6 4 2
Gebruikt goede argumenten 20 15 10 5 0
Gaat in op argumenten van de tegenpartij 20 15 10 5 0
Maakt  zijn/haar standpunt snel duidelijk 4 3 2 1 0
Geeft blijk van kennis van zaken 10 8 6 4 2
Ondersteunt argumenten met bronnen 20 15 10 5 0
Weet waar hij/zij het over heeft 15 10 5 3 0
Doet de opdracht op de afgesproken dag en tijd 1 0
TOTAAL AANTAL PUNTEN:

 


Beoordeling van klasgenoten voor het groepje: (print deze 1x uit per persoon)

 

Telt 1 keer mee!

Naam beoordeler/ jurylid
Naam deelnemer:
Onderwerp:
goed ruim voldoende voldoende onvoldoende slecht
Structureel (100 punten)
Houdt zich aan de opzettijd (2 minuten totaal, 1 minuut per persoon) 25 15 10 5 0
Houdt zich aan de verweertijd (2 minuten totaal, 1 minuut per persoon) 25 15 10 5 0
Houdt zich aan de slotbeurttijd (1 minuut totaal) 25 15 10 5 0
Valt niet in herhaling 4 3 2 1 0
Houdt zich aan de regels van het debat 4 3 2 1 0
Stelling juist geformuleerd (geen vraag) en op bord geschreven/beaamd 4 3 2 1 0
Filmpje duurt max 4 minuten en is van NOS 9 7 5 3 1
Steekwoorden van te voren over het onderwerp 4 3 2 1 0
 
 

 

Naam beoordeler/ jurylid

Naam deelnemer:
Onderwerp:
goed ruim voldoende voldoende onvoldoende slecht
Communicatief (200 punten)
Luistert goed naar de ander (maakt bvb aantekeningen, kijkt aan) 4 3 2 1 0
Laat uitpraten, spreekt respectvol 4 3 2 1 0
Spreekt verstaanbaar (niet te zacht) 25 15 10 5 0
Spreekt met passie/verhalend 25 15 10 5 0
Je gelooft wat hij/zij zegt (overtuigend) 25 15 10 5 0
Gebaren ondersteunen de woorden 25 15 10 5 0
Gezichtsuitdrukking ondersteunen de woorden 25 15 10 5 0
Spreekt tijdens opzet en verweer tegen tegenstander 25 15 10 5 0
Spreekt tijdens slotbeurt tegen de klas 25 15 10 5 0
Wint volgens de klas het debat (meeste mensen overtuigd) 10 8 6 4 2
Las niet voor/keek bijna niet op blaadje 7 5 3 1 0
 

Naam beoordeler/ jurylid

Naam deelnemer:
Onderwerp:
goed ruim voldoende voldoende onvoldoende slecht
Informatief (100 punten)
Is goed voorbereid 10 8 6 4 2
Gebruikt goede argumenten 20 15 10 5 0
Gaat in op argumenten van de tegenpartij 20 15 10 5 0
Maakt  zijn/haar standpunt snel duidelijk 4 3 2 1 0
Geeft blijk van kennis van zaken 10 8 6 4 2
Ondersteunt argumenten met bronnen 20 15 10 5 0
Weet waar hij/zij het over heeft 15 10 5 3 0
Doet de opdracht op de afgesproken dag en tijd 1 0

Oefeningen voor het debat vind je hier

Voorbeeld filmpjes voor je debat vind je hier

PO debat 2015 2016