Hoofdstuk 8: relaties

Iedereen heeft relaties. zakelijke relaties en persoonlijke relaties. In een van je aller eerste lessen maatschappijleer heb je een sociagram gemaakt. Deze ging ook over jouw relaties. Zo heb je een zakelijke relatie met je docent of met de bakker. En heb je een persoonlijke relatie met vrienden of familie. Hoofdstuk 8 gaat over relaties. Waarom is het in Nederland zo gewoon om maar met één persoon te trouwen? Is dat overal zo gewoon? Wat als er een machtsverschil zit in je relatie, wat dan? Trouwen is de droom van veel meisjes! Maar mag je altijd en met iedereen trouwen? En wat als het mis gaat, waar moet je dan aan denken. Allemaal vragen die we in dit hoofdstuk gaan bekijken.

 

Sociaal wezen: iemand die contact heeft met andere mensen.

Relaties: contact tussen personen.

Persoonlijke relaties: gebaseerd op gevoelens van vriendschap en liefde (vrienden/vriendinnen/familie en partner).

Zakelijke relaties: spelen verplichtingen en afspraken een grote rol (in de vorm van een contract, wet of reglement) en zijn gevoelens minder belangrijk (contact met leraren, je baas of je sporttrainer).

In feite is het contact met je ouders een persoonlijke en een zakelijke relatie.

Vrienden/vriendinnen: hebben meestal ongeveer dezelfde leeftijd, opleiding en interesses. Je hoeft niet precies hetzelfde te zijn. Je kunt anders over bijvoorbeeld politiek of geloof denken.

Liefdesrelatie: spelen ook intimiteit en seks een rol.

Seksuele moraal: hoe er over seks wordt gedacht. De moraal wordt sterk bepaald door opvoeding en geloof.

Dubbel moraal: dat er voor jongens andere normen gelden dan voor meisjes. Als een jongen meerdere meisjes heeft gehad is hij stoer, maar als een meisje veel jongens heeft gehad is zij een slet. Seksuele moraal kan dus erg verwarrend zijn.

Machtsverhoudingen

Zakelijke relaties

Gehoorzamen: je moet je aan de regels houden,

Voorbeelden machtsverschillen:

  • Jij moet naar je ouders luisteren _persoonlijke relatie
  • Een leraar kan je uit de klas sturen _zakelijke relatie
  • Een agent kan je laten stoppen of je fiets of scooter.
  • in een vriendenclubje kan 1 persoon de leider zijn.
  • Loverboys (extreem voorbeeld van machtsverschillen) Hier is dus sprake van misbruik en strafbaar gedrag.
  • Ongelijke leeftijd (bijvoorbeeld een meisje van 14 jaar heeft verkering met een volwassen man. In Nederland is seks van een volwassene met iemand onder de 16 jaar verboden.

Als je trouwt ga je een persoonlijke en zakelijke relatie aan.

Het huwelijk kent namelijk allerlei rechten en plichten.

Volgens de wet zijn echtgenoten verplicht:

  • Elkaar te helpen en bij te staan.
  • Mee te betalen in de huishoudkosten.
  • Hun kinderen te verzorgen en op te voeden.

Gelovige mensen trouwen niet alleen voor de wet, maar ook voor de kerk/moskee/synagoge of tempel.

Tegenwoordig kunnen homoseksuele mannen en lesbische vrouwen ook met elkaar trouwen.

De wat stelt aan het huwelijk een aantal eisen. De 4 belangrijkste:

Je kunt nooit tegelijk met 2 personen getrouwd zijn.

Je moet tijdens de huwelijksceremonie precies weten wat je doet (dus niet onder invloed van drank/drugs).

Je moet 18 jaar of ouder zijn. Anders een medische verklaring dat de vrouw zwanger is en toestemming van de ouders.

Je mag niet trouwen met je vader/moeder/opa/oma/broer/zus of je eigen kinderen.

Als je trouwt, maak je afspraken over wie wat doet (bijvoorbeeld wie strijkt/kookt etc.)

Vroeger was de man de kostwinnaar en de vrouw zorgde voor het huishouden/kinderen.

Dit is veranderd door de emancipatie. Vrouwen wilde ook geld verdienen en carrière maken. De man on best wat meer doen in het huishouden en bij de opvoeding.

Ouderlijk gezag: de wettelijke plicht om de kinderen op te voeden en te verzorgen. De ouders hebben bijvoorbeeld de plicht om een school voor hun kind uit te kiezen. Het ouderlijk gezag duurt tot je 18e jaar. Maar de plicht van ouders om de kosten van een kind te betalen eindigt pas bij 21 jaar.

Echtscheiding: de rechter geeft toestemming voor een echtscheiding. Dat doet de rechter alleen als de ex-partners goede afspraken hebben gemaakt over het geld en over de kinderen.

Je kunt op 2 verschillende manier trouwen (in gemeenschap van goederen/op huwelijkse voorwaarden).

  • Als je trouwt en je regelt niets, dan ben je in gemeenschap van goederen getrouwd. Alle bezittingen, geld en schulden zijn van beide partners samen. Mocht het huwelijk stuklopen, dan krijgt ieder dus de helft.
  • Je kunt er ook voor kiezen om op huwelijkse voorwaarden te trouwen. Dit betekent dat je op het moment van trouwen bij een notaris laat vastleggen wat van wie is. Na een echtscheiding heeft iedere partner dan weer recht op zijn eigen deel.

Als mensen gaan scheiden, houden ze nog steeds een onderhoudsplicht voor elkaar en voor eventuele kinderen (alimentatie).

Alimentatie: je betaalt maandelijks mee aan de kosten van het levensonderhoud.

Er zijn 2 soorten alimentatie:

  • Kinderalimentatie: deze betaald de ouder die de kinderen niet verzorgt aan de verzorgende ouder totdat de kinderen 21 jaar zijn.
  • Partneralimentatie: deze moet je betalen als jouw inkomen veel hoger is dan dat van je ex-partner. Je mag daar onderlinge afspraken voer maken. Lukt dit niet dan beslist de rechter.

Als ouder gaan scheiden, wordt er bepaald wie het ouderlijk huis krijgt en het gezag over de kinderen en bij wie ze gaan wonen. Daarbij hoort een omgangsregeling of bezoekregeling.: hoe vaak zien de kinderen de andere ouder. Al de ouders en kinderen daarover geen goede afspraken kunnen maken moeten ze bij de rechter komen.

Als een kind ouder is dan 12 jaar, ontvangt het daarvoor automatisch een uitnodiging van de rechtbank. Je kunt dan vertellen waar en bij wie je het liefste wilt wonen. De rechter bepaald uiteindelijk wat er gaat gebeuren.

Co-ouderschap: ex-partners kiezen hier steeds vader voor na de scheiding. De ouders blijven dan allebei voor de kinderen zorgen die deels bij de ene, deels bij de andere ouder wonen.

Voogd: als blijkt dat bijvoorbeeld de ouders een alcohol- of drugsverslaving hebben, beslist de rechter dat er een voogd wordt aangewezen. Meestal is dat een bekende, zoals een oom of tante.

Pleeggezinnen: in bepaalde gevallen worden jongeren (tot hun 18e jaar) in een pleeggezin wordt geplaatst. Dit gebeurt via Bureau Jeugdzorg. Deze tijdelijke opvang duurt tot het moment dat kinderen weer terug naar hun eigen ouders kunnen of zelfstandig gaan wonen.

Tegenwoordig eindigen 1/3 van alle huwelijken; dit is meer als vroeger.

De oorzaken zijn:

  • De kerk keurde echtscheiding alf en had veel invloed.
  • De vrouw was vroeger financieel afhankelijk van haar man.

Standaardgezin: vader/moeder en of meer kinderen.

Andere vormen:

Samenwonen: met elkaar samen te blijven zonder te trouwen. Dan kun je een samenlevingscontact sluiten. Daarin regel je welke spullen van wie zijn voor het geval je uit elkaar gaat of dat je partner bij overlijden jouw spullen erft.

Geen standaardgezin:

  • Adoptie: je beide ouders zijn niet jouw biologische ouders.
  • Homohuwelijk: je wordt opgevoegd door 2 vaders of 2 moeders.
  • Eenoudergezin: je woont bij een van je ouders of je woont de ene week bij je moeder en de andere week bij je vader.

Woongroep: iedereen in de groep heeft een eigen kamer en deelt de keuken, de badkamer en meestal de woonkamer en wasmachine met elkaar (bijvoorbeeld studenten). Voordeel: goedkoop en gezellig.

Alleenstaand: mensen wonen bijvoorbeeld alleen omdat hun relatie is stukgelopen, als je partner overlijdt of je kiest ervoor om alleen te wonen. Vaak hebben deze singles wel een relatie, maar blijven toch liever zelfstandig wonen. Als het om een vaste relatie gaat, noem je dit een lat-relatie (Living Apart Together, soms woon je alleen en soms samen).

Individualisering: Mensen willen gezien worden als zelfstandig individu, en niet alleen als onderdeel van een gezin.

Door de groei van de welvaart kregen de mensen meer geld, waardoor ze eerder economisch onafhankelijk  werden (bijvoorbeeld vrouwen/ouderen kregen naast een AOW-uitkering een goed pensioen waardoor ze niet meer bij hun kinderen hoefden te wonen/jongeren hadden steeds vaker bijbaantjes of studiefinanciering waardoor ze eerder uit huis konden).

Andere culturen:

Gastvrij: is voor Arabische en Afrikaanse gezinnen erg belangrijk. Zij zorgen goed voor hun ouders en grootouders.

Het is niet gebruikelijk dat je zelfstandig gaat wonen of gaat samenwonen.