Hoofdstuk 2: macht en zeggenschap

Het tweede hoofdstuk gaat over Macht en Zeggenschap.
Bijna iedereen heeft macht, maar wat voor macht iemand heeft verschilt per persoon. In dit hoofdstuk bekijken we wie er macht heeft, hoe ze aan die macht komen, hoe je mensen met macht kan beïnvloeden en wat de Nederlandse politiek voor macht heeft. In dit hoofdstuk staat het thema: Integratie van etnische minderheden, wat doen we met vluchtelingen en wat is IS centraal.

  • actie/pressiegroepen
  • christen-democratie
  • compromissen
  • (parlementaire) democratie
  • Dictatuur
  • Etnische minderheden
  • extreem rechts.
  • geschreven regels
  • gezag
  • Grondrechten
  • grondwet
  • invloed
  • Islamitische Staat (IS)
  • liberalisme
  • macht
  • machtsmiddelen
  • mensenrechten
  • ongeschreven regels
  • overheid
  • plaatsgebonden regels
  • politieke partijen
  • politieke partijen
  • politieke stromingen
  • rechtsstaat
  • sociaal-democratie,
  • tijdgebonden regels
  • vluchtelingen

 

machtsmiddelen:

  • positie,
  • kennis/vaardigheden: bij vaardigheden kan gedacht worden aan goed kunnen spreken in het openbaar, het kunnen schrijven van een tekst, het goed kunnen organiseren van bijeenkomsten of acties. En bij kennis kan je denken aan kennis hebben over auto’s of over een bepaald onderwerp.
  • aantal,
  • functie/beroep,
  • aanzien,
  • geld,
  • geweld

er zijn nog wel meer machtsmiddelen te bedenken.

Formele en informele macht: Hier wordt bedoeld dat er in sommige herkenbare situaties, sprake is van een aangewezen persoon die macht heeft (formele macht). Maar er kan ook sprake zijn van personen die niet zijn aangewezen maar wel macht hebben (informele leider/macht). Sommige leerlingen zullen zich in een bepaalde situatie bijvoorbeeld meer aantrekken, van de conciërge dan van een docent. Macht kan dan ook op verschillende zaken gebaseerd zijn: de positie van een persoon kan erg belangrijk zijn, de uitstraling die iemand heeft kan zorgen voor macht, etc.

Als een persoon/groep macht bezit is deze in staat gehoorzaamheid aan die macht af te dwingen en heeft hier ook machtsmiddelen voor. Een persoon met gezag kan niets afdwingen, maar hoeft dat ook niet te doen bij de personen die het gezag erkennen. Soms is macht en gezag hetzelfde bijvoorbeeld bij bevoegd gezag, wettig gezag. Voorbeelden van soorten gezag: ouderlijk gezag, het gezag van sommige leraren, de trainer bij de sportvereniging, etc

kijk maar eens naar dit filmpje voor meer informatie over macht en machtsmiddelen

Je spreekt van gezag als mensen de zeggenschap van deze persoon accepteren, niet op basis van machtsmiddelen, maar op basis van invloed die van die persoon uitgaat (charisma).

In ons politieke bestel is het zo geregeld dat politici uiteindelijk altijd verantwoording moeten afleggen over wat ze gedaan hebben. Ook worden hun beslissingen getoetst, eventueel door een onafhankelijke rechter, aan de wetten in ons land. De macht die politici kunnen uitoefenen wordt door onze wetten omschreven, maar ook beperkt.

Wat doet macht eigenlijk met je? Bekijk dit filmpje:

Uitleg van de begrippen via een presentatie:

geschreven en ongeschreven regels

Je hebt altijd te maken met regels. Maar je hebt twee verschillende soorten regels: geschreven regels en ongeschreven regels.
Ongeschreven regels zijn regels die de meeste mensen vanzelfsprekend vinden en die voort komen uit geloof, tradities en gewoonten. Ze staan niet geschreven en zijn niet 100% officieel. Bijvoorbeeld: niet in een korte broek naar een begrafenis, iemand een hand geven als je hem ontmoet, etc.
Geschreven regels staan wel op “papier”. Hier moet je je volgens de regels en wetten aan houden. Een wet is een voorbeeld van een geschreven regel.

ongeschreven regels geschreven regels

 

les 2:

Ieder land heeft een overheid. Er zijn verschillende soorten overheden. Hier in Nederland worden de belangrijkste zaken, zoals tot welke leeftijd je leerplichtig bent en wat voor uitkering je recht op hebt, besloten door de regering en het parlement.

Nog meer terreinen waarover voortdurend wordt besloten de overheid zijn:

  • openbare orde en veiligheid ( blauw op straat)
  • buitenlandse betrekkingen ( uitzetten militairen naar vredesmissie)
  • Infrastructuur ( aanleg wegen zoals spoorwegen, autowegen en waterwegen)
  • Welvaart ( zorg en werkgelegenheid voor jongeren )
  • Welzijn ( wegwerken wachtlijsten ziekenhuizen)
  • Onderwijs ( gratis maken schoolboeken\

Nederland heeft een parlementaire democratie. Dat betekend dat wij een Parlement hebben (1e en 2e Kamer) welke wij zelf voor gestemd hebben. En zij maken de belangrijskte beslissingen voor het land. Democratie is een staatsvorm waarbij de bevolking invloed heeft op de politieke besluitsvorming. parlementaire democratie is dus: het parlement neemt beslissingen
Toch kunnen burgers buiten het stemmen op een politieke partij in de Tweede Kamer ook nog op een andere manier invloed uitoefenen op de politiek. Voorbeelden hiervoor zijn:

  • stemmen ( 2de kamer verkiezingen )
  • lid worden ( van politieke partij )
  • contact ( met politici )
  • verzoek ( indienen)
  • media ( brief insturen naar krant met probleem )
  • actiegroep ( zoals amnesty international en greenpeace )
  • bezwaarschrift ( of naar rechter stappen bijv. bij aanleg snelweg )
  • burgerlijke ongehoorzaamheid ( het openlijk overtreden van de wet om politici ervan te overtuigen dat een genomen besluit verkeerd is )

parlementaire democratie
Het tegenovergestelde van een democratie is een Dictatuur. Bij een dictatuur hebben burgers weinig tot geen rechten. Ze zijn meestal niet vrij om een eigen volksvertegenwoordiging in het Parlement te kiezen. Een dictatuur komt tot stand door een revolutie of staatsgreep.

kenmerken van een dictatuur zijn:

  • Geweld en onderdrukking
  • Grondrechten worden niet beschermd
  • geen vrije meningsuiting
  • oppositie partijen zijn verboden
  • politieke rol voor militaire
  • (schijn)verkiezingen.

De verschillen tussen een democratie en dictatuur moeten vooral gezocht worden in de grondwet en de naleving daarvan in een democratische rechtsstaat in tegenstelling tot een dictatuur. Dit zijn bijvoorbeeld de kenmerken van een parlementaire democratie:

    • Grondrechten uit de grondwet.
    • Scheiding der machten.
    • Gelegimiteerde macht.
    • Parlement dat de regering ter verantwoording kan roepen.
    • Vrije algemene verkiezingen.
    • Gelijke rechten voor burgers.
    • Beslissingen door de meerderheid te nemen zonder de rechten van de minderheid te schenden.

Misschien geeft het bekijken van dit filmpje nog wat extra uitleg over de begrippen:

Wat is de Islamitische Staat?

Bekijk dit filmpje 4.35 minuten IS

Les 3:

Nederland is een rechtsstaat. En daarom moet de staat zich aan een aantal regels houden. De overheid mag niet alles. De democratische rechtsstaat biedt burgers rechten, zo mogen burgers meedoen aan vrije verkiezingen, zo kunnen ze indirect meebeslissen over politieke kwesties. Rechtsstaat bied ook bescherming tegen de machthebbers: dat wil zeggen dat er regels zijn voor burgers en overheid.
Bestuurders moeten zich aan de wet en aan rechtsbeginselen houden tegen machtsmisbruik.

rechtsstaat

Een aantal van de basisregels staan in de Grondwet. Dit is niet zomaar een wet: dit is een wet die niet zomaar veranderd mag worden door de overheid. Voorbeelden van een aantal grondrechten in de grondwet zijn:

  • alle Nederlanders vanaf 18 jaar hebben het recht om te stemmen
  • iedereen mag een politieke partij of vereniging oprichten
  • iedereen mag demonstreren of op een andere manier zijn of haar mening uiten.
  • eerste en tweede kamer (parlement en staten generaal) worden gekozen door een geheime stemming
  • Wetten worden vastgesteld door staten-generaal en regering samen.

Ook zijn er plichten die in de grondwet staan. Bijvoorbeeld:

  • Leerplicht
  • Identificatieplicht
  • Plicht om belasting te betalen

Een filmpje over de grondwet vind je hier

een ander filmpje over het “levensverhaal van de grondwet” vind je hier.


 grondrechten

Mensenrechten zijn rechten waarop iedereen aanspraak kan maken, ongeacht herkomst, nationaliteit, overtuiging, geslacht, wettelijke status of andere kenmerken. Het meeste bekende voorbeeld is het recht op vrijeheid van meningsuiting. Maar ook het recht op leven, het recht op bescherming tegen marteling en het zelfbeschikkingsrecht zijn erg belangrijk. Ieder mens heeft rechten die altijd en overal gelden. Dit zijn er nog een paar: Je het recht om te zeggen wat je denkt. Je hebt recht op leven. Als je gevaar loopt, mag je vluchten naar een land waar je veilig bent. Je hebt het recht om je eigen godsdienst te kiezen. In 1948 hebben heel veel landen afgesproken welke rechten dat zijn in de UVRM. De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens beschermt mensen tegen onrechtvaardige behandeling door degenen die de macht hebben
Een belangenorganisatie die zich veel bezighoudt met mensen rechten is amnesty international. Op hun website vind je nog veel meer informatie over mensenrechten. Via deze link kan je nog veel meer mensenrechten vinden, een hele lijst: http://www.amnesty.nl/mensenrechten/encyclopedie/mensenrechten-lijst-mensenrechten

De mensenrechten zijn in Nederland in beginsel goed gewaarborgd. Nederland is aangesloten bij internationale verdragen en heeft wetten en rechtspraak met veel garanties voor de mensenrechten. Maar ook in Nederland worden de mensenrechten niet altijd goed nageleefd. Zorgpunten zijn onder meer de behandeling van vreemdelingen en vluchtelingen, het feit dat de overheid te weinig doet om discriminatie te voorkomen en te bestrijden, en het feit dat er geen structurele aandacht is voor mensenrechten in het Nederlandse onderwijs.

les 4:

Er bestaan Pressiegroepen/actiegroepen die de politiek proberen te beïnvloeden.
Een pressiegroep is een groepering die geen politiekepartij is en die op basis van de gemeenschappelijke belangen en uitgangspunten van de samenleving probeert invloed uit te oefenen. Er zijn twee soorten pressiegroepen:
Een belangenorganisatie = een organisatie die speciaal is opgericht om de belangen van bepaalde groepen mensen te behartigen.
Een actiegroep = een organisatie of groep die van burgers die zich gedurende een bepaalde tijd inzetten voor een bepaald belang en als dat belang is gerealiseerd word opgeheven.

Overeenkomsten tussen pressiegroepen en belangenorganisaties zijn:

  • Door het aantal leden/aanhangers krijgen ze meer macht/invloed
  • Ze hebben buiten het parlement invloed op politieke besluiten
  • Er zit erg veel kennis en ervaring

verschillen zijn: bij belangengroepen

  • staat er een belang centraal
  • is er professionele leiding die betaald wordt
  • blijven altijd bestaan(permanent) (waar actiegroepen vaak tijdelijk zijn)
  • worend gerund als een bedrijf

voorbeelden zijn de ANWB, het LAKS, de Consumentenbond, Greenpeace, WNF, etc

Het verschil tussen pressiegroepen en politieke partijen:
Politieke partij:

  • over elk onderwerp een mening
  • probeert doel te bereiken via verkiezingen waardoor ze zelf meekunnen beslissen in regering

Pressie groep:

  • beperkt zich tot een onderwerp
  • probeert doel te bereiken en wil geen politieke verantwoordelijkheid en dus niet in regering

Politieke partijen

De definitie van een politieke partij is: groep mensen met zelfde ideeën en idealen.Als je gaat stemmen op de Tweede Kamer, dan stem je op politieke partijen. Je hebt verschillende soorten partijen:

  • Partij op basis van een ideologie: deze partijen zijn meestal voortgekomen uit de politieke stromingen, waar je later meer over leest.
  • one-issue partij: zij richten zich zich op 1 duidelijk aspect van de samenleving en hebben daar een duidelijk standpunt over. Denk bijvoorbeeld aan de partij voor de dieren. Zij richten zich voornamelijk op dieren en dierenrechten.
  • Protestpartij: deze partijen zijn ontstaan uit onvrede met de bestaande politiek. Ze willen iets veranderen.
  • Niet-democratische partijen. Dit zijn vaak fascistische en recht-extremistische partijen.

Enkele huidige politieke partijen uit de Tweede Kamer zijn:

  • SP (socialistische partij): wil armoede bestrijden/flinke verhoging studiebeurs voor studenten
  • GL (groen links): ontstaan uit enkele linkse partijtjes/voor milieuvriendelijke duurzame energie/ biologische landbouw stimuleren/links, progressief
  • PVDD (partij voor de dieren): one-issue partij/ dierenmishandeling meer en stenger straffen.
  • PVDA (partij van de arbeid): eerlijkere verdeling macht, kennis , inkomen/ banen creëren door overheid om langdurig werklozen aan een baan te helpen.
  • D66 (democraten 66): werd opgericht uit protest tegen bestaande politiek in 1966/ gekozen bestuurders op alle niveaus zoals burgemeesters en premier.
  • CU (Christen Unie): ontstaan ui 2 kleinere partijen/ abortus niet wettelijk toestaan.
  • CDA (Christen-democratisch appèl): voortgekomen uit katholieke en protestantse partijen/ scholen meer zelf het onderwijs laten inrichten.
  • VVD (volkspartij voor vrijheid en democratie):samenleving gedijt het best als individu zich goed kan ontplooien/ bezuinigen op overheidsuitgaven en loonkosten.
  • SGP (staatkundig gereformeerde partij): God behoort alle eer toe te komen en bijbelse normen en waarden zijn goed voor iedereen / euthenasie en abortus moeten weer geheel strafbaar worden.
  • PVV (partij voor de vrijheid): opgericht door Geert wilders die uit onvrede uit de vvd stapte/ na 3 zware geweldsmisdrijven een levenslange gevangenisstraf.

In het algemeen kan gezegd worden dat politieke partijen voor burgers de mogelijkheid bieden om mee te doen in het politieke besluitvormingsproces op basis van hun capaciteiten, hun levensvisie of gewoon hun stem bij de verkiezingen. Politieke partijen hebben de volgende functies:

    • Participatiefunctie: het interesseren van burgers voor politiek
    • Communicatiefunctie: het communiceren tussen burgers en politiek
    • Articulatiefunctie: het publiekelijk naar voren brengen van eisen en wensen uit de samenleving

Al bovengenoemde politieke partijen zitten in de Tweede Kamer. Zij moeten dus samen beslissingen maken over Nederland. Je kan je voorstellen dat dit best wel moeilijk is, aangezien al die partijen heel anders denken. Daarom zullen ze compromissen moeten sluiten. Een compromis is vaak de enige mogelijkheid om tot een besluit te komen omdat geen van de partijen de macht (de meerderheid) heeft om alleen een besluit te kunnen nemen. Ze moeten bij wijze van spreken een beetje geven en nemen bij hun ideeen.

politieke stromingen

Zoals al eerder beschreven maken de politieke partijen over het algemeen deel uit van politieke stromingen of komen voort uit de ideologien van deze stromingen. Deze zijn verdeeld in links rechts en midden. Rechts legt de nadruk op eigen verantwoordelijkheid en vrijheid van mensen. De overheid moet rust en orde handhaven en zich passief/ terughoudend opstellen. De mensen moeten de zaken zelf regelen, daar zijn ze zelf verantwoordelijk voor. De overheid bemoeit zich alleen met veiligheid en wegen.
partijen: VVD/PVV

links is meer voor gelijkwaardigheid, gelijke kansen in werk, onderwijs en inkomen. De armen moeten beschermd worden tegen de rijkeren. Mensen doen dit niet zelf dus de overheid moet zich actief opstellen om zwakkeren te beschermen en het verschil tussen arm en rijk te verkleinen.
partijen:PvdA/SP/GL

politieke midden zijn de partijen met linkse en rechtse ideeën. Soms zijn ze het eens met rechts en op sommige vlakken zijn ze dan weer erg rechts.
partijen: D66

De stromingen kan je anders noemen. We hebben in Nederland overwegend 3 grote stromingen:

  • Liberalisme
  • Sociaal democratie
  • Christen democratie

liberalisme sluit aan bij rechts. Zij zijn voor persoonlijke en economische vrijheid en voor vrije markt economie. De overheid moet zich beperken tot kerntaken: defensie,onderwijs,bescherming rechtstaat en klassieke grondrechten.

sociaal democratie sluit aan bij links. Zij willen een einde aan armoede en ongelijkheid tegen lage lonen en onmenselijkheden. Sociaal democraten willen gelijkheid bereiken.
We moeten de zwakkeren in samenleving beschermen. Kennis, inkomen en macht eerlijker verdelen. De sociaal democraten zijn vooral voor de verzorgingsstaat ( onderwijs, inkomen etc. is in wet vastgelegd )

confessionalisme/ christen democratie staat in het midden, maar hun politieke opvattingen zijn vooral gebaseerd op de christelijke geloofsovertuiging. christen-democaten streven naar:

  • rentmeesterschap = mens heeft taak zelf goed voor aarde te zorgen.
  • solidariteit = zorgen voor kwetsbaren in de samenleving
  • harmonie = samenwerken
  • gespreide verantwoordelijkheid = overheid richt zich alleen op dingen die niet door anderen geregeld kunnen worden.

Partijen: SGP, CU en CDA
Ook is er nog de extreem rechtse stroming. Extreem-rechts is een term die gebruikt wordt voor politieke groeperingen met ideeën die vaak racistisch en radicaal-nationalistisch zijn. Met radicaal-nationalistische ideeën wordt hier een voorliefde bedoeld voor het eigen volk en een afkeer van andere mensen. Daarnaast zijn extreem-rechtse groeperingen vaak tegen democratische ideeën zoals vrijheid en gelijkheid voor iedereen. Extreem-rechts valt vaak op door de radicale en agressieve dingen die ze roepen.

Een filmpje met kort nog wat uitleg over politieke stromingen:


Dit is een presentatie over de politieke partijen en de stromingen in Nederland. politieke stromingenH2 les 3 politiek

klik op het plaatje om de powerpoint te openen.

 

les 5:

Tijd- en plaatsgebonden regels

Eerder heb je gelezen over geschreven en ongeschreven regels. Regels zijn niet altijd hetzelfde gebleven. En regels zijn ook niet overal hetzelfde. Zo was vroeger godslastering (iets gemeens over god zeggen) strafbaar en vreemdgaan ook. Maar tegenwoordig staat hier niets meer over in de wet. Dit verschijnsel is dat wetten en regels tijdgebonden zijn. Homo’s mogen in Nederland gewoon trouwen terwijl er landen zijn waar homo zijn strafbaar is voor de wet. Of muziek draaien op straat strafbaar is. Dat noemen we plaatsgebonden: niet alle regels zijn overal ter wereld hetzelfde.

plaatsgebonden

 

 

 

 

tijdgebondenles 6:

Rechten van jongeren

Eerder las je al over mensenrechten en rechten uit de grondwet. Ook zijn er specifieke rechten voor jongerne. Je kan dan denken aan zaken op het gebied van arbeid (minimumloon, arbeidstijden, enz.), school (leerlingenstatuut, enz.) consument (afsluiten mobiel abonnement, bibliotheek, bioscoopbezoek, drank/sigaretten kopen). Bij plichten van jongeren kan gedacht worden aan leerplicht, wegenverkeerswet (brommerrijbewijs, enz.). Wat betreft de wettelijke regelingen gaat het hier uitsluitend om regelingen die jongeren betreffen en die in de meeste gevallen te maken hebben met leeftijdgrenzen, zoals bijv de stemgerechtigde leeftijd. Al deze zaken gaan jullie aan, terwlijk je zelf tot je 18e jaar nog geen invloed op uit kan oefenen. Althans niet door te stemmen. De politiek maakt beslissingen over en voor de jongeren, maar de jongeren mogen niet stemmen op een partij die hun vertegenwoordigd. Natuurlijk kunnen jongeren wel op andere manieren invloed uitoefenen, zo kunnen ze staken en actievoeren.

Wat zijn vluchtelingen?
Op dit moment zijn er ontzettend veel vluchtelingen die overal ter wereld vluchten. Onder andere voor IS. Vluchtelingen zijn mensen die erkent zijn als asielzoeker. Ze zijn gevlucht uit hun eigen land, wegens bijvoorbeeld vervolging, oorlog, bedreiging van hun leefgebied of natuurrampen. Een erkende vluchteling heeft de mogelijkheid om in Nederland te komen wonen. Een niet-erkende vluchteling heeft de kans het land uit te worden gezet of gaan in de illegaliteit. Wereldwijd zijn er zo ongeveer 15 miljoen vluchtelingen en 20 tot 30 miljoen ontheemden. Ontheemden zijn vluchtelingen die binnen de eigen landsgrenzen blijven.

Je hebt twee soorten vluchtelingen:

  • politieke vluchtelingen ofwel oorlogsvluchtelingen, dit zijn vluchtelingen die vanwege oorlog in hun eigen land niet meer konden blijven, omdat het daar voor hun veel te gevaarlijk is. Ook zijn politieke vluchtelingen vluchtelingen die vluchten omdat ze het bijvoorbeeld niet eens zijn met de regering in hun eigen land. Deze politieke vluchtelingen kunnen legaal een verblijfsvergunning aanvragan, als ze zeggen dat ze polietieke vluchtelingen zijn. Als is onderzocht of dit verhaal klopt, en het klopt krijgen ze al snel een verblijfsvergunning.
  • economische vluchtelingen. Dit zijn mensen die vluchten omdat ze in hun eigen land niet rond kunnen komen van hun eigen geld. Ze vluchten daarom naar een ander land om te proberen daar een beter bestaan op te bouwen. In Nederland worden tegenwoordig geen economische vluchtelingen toegelaten.

    Als een vluchteling in Nederland aankomt moet hij direct asiel aanvragen. Je moet dan eerst een hele procedure doorlopen voor je erkend wordt als vluchteling. Want pas als je als vluchteling erkend bent dan mag je voor bepaalde of onbepaalde tijd in Nederland blijven. Het proces begint bij het aanmeldingscentra. Er wordt een tolk geregeld en de asielzoeker moet tegenover een ambtenaar van het ministerie van Justitie verklaren waarom hij zou moeten worden toegelaten. Ook worden er dan vingerafdrukken en foto’ s gemaakt om te kunnen achterhalen of de man/ vrouw eerlijk is geweest. Als de asielzoeker bijvoorbeeld verdacht wordt van een misdaad in zijn land van herkomst, dan is de kans erg klein dat hij hier wordt aangenomen. Ook wordt er tegenwoordig zo goed mogelijk gescreend of de asielzoeker geen terrorist is.

Een asielzoeker krijgt een verblijfsvergunning op asielgronden wanneer:

  • hij volgens de IND vluchteling is in de zin van het vluchtelingverdrag
  • hij volgens de IND gegronde redenen heeft om aan te nemen dat hij bij uitzetting een reëel risico loopt om te worden onderworpen aan folteringen, onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen.
  • er volgens de minister klemmende reden van humanitaire aard zijn, waardoor van betrokkene niet verlangt kan worden dat hij terugkeert naar zijn land van herkomst. Hierbij gaat het onder andere om mensen die een traumatische gebeurtenis hebben meegemaakt.
  • terugkeer naar het land van herkomst volgens de minister van bijzondere hardheid zijn vanwege de algemene situatie daar. Voor zo’ n land voert de minister dan een algemeen beschermingsbeleid in.

    Gezinshereniging houdt in dat je je familie ook naar het desbetreffende land haalt waar jij op dat moment asielzoeker bent. Vluchtelingen die in Nederland blijven hebben recht op gezinshereniging. Zodra een vluchteling een verblijfsvergunning heeft gekregen, heeft hij drie maanden de tijd om een aanvraag voor gezinshereniging in te dienen. Dat lijkt ruim voldoende, maar soms blijkt het niet mogelijk dit op korte termijn te regelen. Bijvoorbeeld omdat familieleden vermist worden. Na die periode van drie maanden moeten vluchtelingen wel aan een inkomenseis voldoen. Zij moeten daarmee aantonen dat ze voldoende verdienen om de familieleden te onderhouden. Omdat de overheid niet altijd gelooft dat de betreffende personen familieleden zijn wordt er een DNA-test komen. Uit die DNA-test moet dan blijken of de betreffende personen inderdaad familie zijn.als het familie is mogen zij ook komen.

Filmpje vluchtelingen:

6 minuten vluchtelingen

 

 

Wat moet je allemaal kunnen voor de set van hoofdstuk 2: macht en zeggenschap. Je kan:

 

  • macht herkennen en beschrijven.
  • Voorbeelden geven van machtsmiddelen
  • zoals: positie, kennis/vaardigheden, aantal, functie/beroep, aanzien, geld, geweld etc.
  • duidelijk kunnen maken hoe de genoemde machtsmiddelen iemand macht geven.
  • Formele en informele macht herkennen.
  • aan de hand van een gegeven situatie voorbeelden kunnen geven welke formele en informele macht aanwezig is.
  • Het verschil tussen macht en gezag herkennen en verschillende soorten gezag herkennen.
  • Leerlingen kunnen voorbeelden noemen van macht en van gezag waaruit het verschil blijkt.
  • Uitleggen wat de betekenis van regels is voor het samenleven van mensen.
  • Voorbeelden noemen van geschreven en ongeschreven regels.
  • Leerlingen kunnen uitleggen waarom regels nodig zijn.
  • In concrete situaties regels beoordelen op effectiviteit en wenselijkheid.
  • van een gegeven voorbeeld kunnen verduidelijken/aangeven of de persoon/personen zich aan de regels houdt (houden) vanwege hun normbesef, de sociale controle of een te verwachten beloning of straf.
  • Met voorbeelden uitleggen dat regels tijd- en plaatsgebonden zijn.
  • Voorbeelden noemen van rechten en plichten van jongeren en voor gegeven eenvoudige situaties aangeven van welke wettelijke regelingen sprake is.
  • een aantal rechten en plichten kunnen noemen die op jongeren betrekking hebben.
  • Voorbeelden geven van mogelijkheden die individuele burgers hebben om invloed uit te oefenen op politieke besluitvormingsprocessen.
  • Met voorbeelden duidelijk maken hoe je de massamedia kunt gebruiken bij het doorsluizen van onderwerpen voor de politieke agenda.
  • Machtsmiddelen van actie/pressiegroepen herkennen en beoordelen.
  • van een gegeven situatie kunnen beoordelen welk machtsmiddel hier gebruikt zou kunnen worden en aangeven welke andere mogelijkheden pressiegroepen hebben.
  • de functies van politieke partijen kunnen noemen en er voorbeelden van geven. Ook kunnen zij uitleggen wat het verschil is met pressiegroepen.
  • Gegeven standpunten van politieke partijen in verband brengen met politieke stromingen, zoals: liberalisme, sociaal-democratie, christen-democratie en extreem rechts.
  • Herkennen dat politieke besluiten vaak het gevolg zijn van een compromis.
  • duidelijk kunnen maken hoe je denkt over de invloed die een burger kan hebben op het politieke besluitvormingsproces
  • Kenmerken van een parlementaire democratie herkennen en beschrijven.
  • verschillen kunnen noemen tussen een democratie en een dictatuur.
  • Voorbeelden geven van grondrechten.
  • kunnen uitleggen dat de macht van politici wordt bepaald door wat er in de wetten staat beschreven en hoe het in ons bestel is geregeld. Ook kunnen zij het belang daarvan aangeven voor de democratie.